Geschiedenis

ReutersVincentKessler_godard460“De film is de meest religieuze van alle kunsten omdat ze de mens voor de essentie van dingen plaatst en de ziel in het lichaam laat zien.” Deze uitspraak van filmregisseur Jean-Luc Godard verwoordt uitstekend de visie op basis waarvan KFA Filmbeschouwing haar activiteiten is gaan ontwikkelen. Dat is een geheel andere overtuiging is dan die waar de stichting ooit mee gestart is. Hoe gaat deze 75-jarige geschiedenis van kritisch-achterdochtig naar positief-waarderend?

Sinds het Nederlandse publiek in 1894 op kermissen en in variététheaters voor het eerst kennis maakte met de film, hebben katholieken een dubbele houding aangenomen tegenover de cinema. Film was óf instrument tot ‘verheffing, veredeling, lering en onderwijzing’ óf een gevaar voor zedelijkheid en geloofsleven. KFA Filmbeschouwing is erfgenaam van de eerste houding. De statuten vermelden immers als doel: “…de bevordering van films met levensbeschouwelijke diepgang…”. Aan het ontstaan in 2000 van KFA Filmbeschouwing uit de ‘Stichting Katholieke Filmactie in Nederland’ gaat een geschiedenis vooraf die in 1937 begon.

Geschiedenis in vogelvlucht

1937 – Oprichting federatie Katholieke Film Actie (KFA)
1948 – KFA wordt een scholings- en voorlichtingsinstituut
1970 – Instituut fuseert met protestantse tegenhanger CEFA
1980 – Het instituut gaat op in de Landelijke Organisatie Kunstzinnige Vorming
2000 – De stichting KFA groeit uit naar het huidige KFA Filmbeschouwing
2013 – KFA Filmbeschouwing komt met initiatief Het Filmgesprek

‘Kinematografengevaar’

De wortels van KFA Filmbeschouwing liggen dus in de jaren dertig van de vorige eeuw, het hoogtepunt van de katholieke emancipatie in Nederland. De geschiedenis van de KFA weerspiegelt dan ook de opkomst en omvorming van de katholieke zuil. De eerste bekende katholieke reactie op het verschijnsel film is een artikel van Gerhardus Bulten uit 1909 in het Katholiek Sociaal Weekblad met de titel ‘Het kinematografengevaar’. In het artikel komt een ambivalentie ten aanzien van film naar voren die katholieken steeds laten zien, in sommige kringen tot op de dag van vandaag. Enerzijds ziet men film als een gevaar voor de zedelijkheid en het geloofsleven, anderzijds als een prachtige uitvinding die tot ‘verheffing, veredeling, lering en onderwijzing’ kunnen leiden.

Keuring en verheffing

De angst voor zedelijk verval leidde tot de oprichting van de Katholieke Film Centrale (KFC). De KFC verzorgde van 1929 tot 1968 een eigen katholieke filmkeuring. Veel, vooral zuidelijke gemeenten, accepteerden deze keuring als vervanging van de rijksfilmkeuring. Uit de hoop op culturele verheffing ontstond in 1937 de federatie Katholieke Film Actie (KFA). De oprichters van de federatie werden geïnspireerd door het verschijnen van de pauselijke brief ‘Vigilanti Cura’ in 1936. Ook deze brief wees niet alleen op de verderfelijke invloed van de filmindustrie maar ook op de mogelijkheden waarop de film aan de katholieke beginselen dienstbaar kon zijn.

Katholieke film onmogelijk

Aan het ontstaan van de federatie KFA gingen in Nederland verschillende pogingen vooraf om ‘katholieke films te distribueren en produceren’, wat naast ‘propaganda voor de goede film’ de belangrijkste doelstelling van de KFA was. Alle pogingen strandden, ondanks steun van bijvoorbeeld de N.V. Philips. De meningen over wat een ‘katholieke film’ liepen gewoon te veel uiteen. Wel regisseerden en produceerden enkele katholieken films en gaf KFA twee filmtijdschriften uit, ‘Filmfront’ en ‘Het witte doek’. later samengegaan in ‘Katholiek Filmfront’. De KFA kreeg ook al snel de KFC onder zijn hoede. De Tweede Wereldoorlog legde het werk van beide organisaties stil.

Van keuring naar kunstzinnige vorming

kfaoudDe KFC keuringen hielden na de bezetting nog enige tijd stand. Eind jaren vijftig viel echter de ideologisch drijfveer onder het werk weg, groeide de pluriformiteit onder katholieken zelf, gebruikten steeds minder gemeenten de KFC keuring en bovendien kon men steeds moeilijker aan keurders komen. De federatie KFA, tot 1948 een ledenorganisatie, ontwikkelde zich vanaf dat moment tot een klein scholings- en voorlichtingsinstituut waarbinnen steeds minder de religieuze, en steeds meer de filmische waarden op de voorgrond traden. Het instituut fuseerde in 1970 met de protestantse tegenhanger CEFA en ging uiteindelijk in 1980 op in de Landelijke Organisatie Kunstzinnige Vorming. De stichting KFA groeide naar de huidige KFA Filmbeschouwing.

Dag van de Spirituele Film

KFA Filmbeschouwing gaat in de jaren ’90 ‘speelfilms promoten die én artistieke kwaliteit én levens­beschouwelijke diepgang hebben’. Samen met universiteiten en hogescholen worden in filmhuizen door heel Nederland filmdagen en filmcycli georganiseerd die vele bioscoopbezoekers laten kennismaken met de verdiepende kijk van KFA Filmbeschouwing op films. Het brengt een serie boekjes ‘Zin in film’ uit, die zeer populair blijken. In 1999 organiseert het de eerste Dag van de Spirituele Film in Nijmegen. Tijdens deze dagen worden filmvertoningen voorafgegaan door kijktips en gevold door een nabeschouwing en een gesprek met het publiek. De Dag van de Spirituele Film loopt nog steeds, in 2013 zal KFA Filmbeschouwing i.s.m. het Han Fortmann Centrum en LUX Nijmegen een jubileumeditie organiseren. Enkele malen werd ook een Dag van de Spirituele Film in Utrecht en Amsterdam georganiseerd.

Het Filmgesprek

Vanaf 2013 gaat KFA Filmbeschouwing zich onder een nieuwe naam bekend maken bij het publiek: Het Filmgesprek. In dit vernieuwingstraject van KFA Filmbeschouwing staat de methode van ‘het levensbeschouwelijk filmgesprek’ centraal, een unieke vrucht van de stichting die ook  toekomst heeft naast andere manieren van filmanalyse. Het Filmgesprek is naast de titel van de nieuwe website, ook de titel van de gelijknamige publicatie van Tjeu van den Berk en Marjeet Verbeek, dat in het voorjaar van 2013 opnieuw verscheen.

 

©2000-2015 Gerrit-Jan Meulenbeld, aangevuld door Joël Friso. De basistekst is ontleend aan: Gerrit-Jan Meulenbeld, Geknipt voor katholieken. Een onderzoek naar de houding van Nederlandse katholieken tegenover de film vanaf zijn ontstaan (1894) tot 1970’ doctoraalscriptie, Theologische Faculteit Tilburg (1990).