Wat is Het Filmgesprek?

In een filmgesprek praat je – met behulp van een gesprekleider – in een groep(je) mensen door over een film die je heeft aangesproken. Het is niet zo maar een gesprek. Het filmgesprek helpt je in vijf fasen meer bewust te worden van de symbolische waarde die de film voor jou heeft. Daar zit een visie op film kijken achter. Die visie beweert dat wanneer je naar een film kijkt er iets met je gebeurt. Tijdens het kijken ken je onbewust voor jezelf betekenis toe aan de beelden en het verhaal in de film. Dat is het symboliseringsproces. Het filmgesprek helpt jou en je gesprekspartners je van dat proces bewust te worden. Het filmgesprek heeft vijf verschillende fasen. Soms ga je in een filmgesprek precies stap voor stap van fase 1 naar fase 5.  En soms lopen de fasen ook vloeiend in elkaar over.

 

Fase 1) Bewustzijnsdrempel verlagen

“Dat zal wel niet belangrijk zijn.” “Dat is zo raar, dat zeg ik niet.” Het filmgesprek loopt vast als je aan zelfcensuur doet.  En het komt al helemaal niet op gang, als je te snel wel even denkt te weten waar het over gaat.  “Oh, dat zie ik zo, de regen in die scène is het verdriet van de hoofdpersoon.” Een geslaagd filmgesprek begint wanneer je de beelden en indrukken die je tijdens het kijken hebt opgedaan zo spontaan mogelijk kunt delen. Dat lukt het best als je heel ontspannen over de drempel van je bewustzijn kunt stappen.

De gesprekleider nodigt daarom de deelnemers uit: “Neem even de tijd om de film nog eens voor je geestesoog af te spelen. Heel vrij en open.” De gesprekleider helpt je om bij de beelden te komen waar je tijdens het kijken bleef haken, stress voelde, ontroerd raakte enzovoorts. Op die niet-vooringenomen en alerte manier, lukt het om waar te nemen welke beelden het sterkst terugkomen. Het is goed om hiervoor even tijd te nemen en bijvoorbeeld een paar steekwoorden te noteren.

 

Fase 2) Beelden en indrukken inventariseren

Door eenvoudige vragen worden je beelden en je belevingen sterker. “Welk beeld raakte je?” “Wat was het in dat beeld dat sterk naar voren komt?” “Wat zegt dat jou?” Goed of fout doet er niet toe bij de antwoorden. Wel: blijf je dicht bij de beelden en bij jouw associatie en beleving? Het gesprek volgt steeds twee contexten: die van de ik-persoon en die van het filmbeeld. Twee sporen die wel met allerlei wissels in verbinding staan: onderscheiden maar niet gescheiden.

a.     Bij de persoonlijke context bevraag je consequent de subjectieve meningen en indrukken. “Wat raakt jou precies?” “Heb je een aanwijzing waarom juist jou dit raakt?” In deze fase is even niet belangrijk: “Wat betekent volgens jou deze scène?” Zo’n vraag zet onmiddellijk aan tot interpretatie. De gesprekleider verwijst vriendelijk maar onverbiddelijk alle evaluerende opmerkingen naar een volgende fase.

b.     Daarnaast is er steeds de context van het beeld. De gesprekleider nodigt je steeds uit om terug te gaan naar de beelden de je hebt gezien. Zo blijft het filmgesprek voor iedereen interessant en krijgt iedereen ruimte zijn eigen symbolisering in te brengen. Voor je het weet ben je zó in gesprek dat de film zelf op de achtergrond raakt. Dan is het misschien wel een goed gesprek, maar geen filmgesprek.

 

Fase 3) Vergelijken met andere beelden en verhalen

De derde stap kun je verbreden door op zoek te gaan naar beelden en verhalen uit een bredere culturele context. “Waar kennen we die beelden of verhaallijnen van?” Denk daarbij aan sagen, mythen, sprookjes, elementen uit de werelden van religie en kunst (literatuur, drama, architectuur en muziek). Hier is een goed voorbereide gesprekleider belangrijk. Hij of zij heeft de film natuurlijk minstens één maar liefst meerdere keren gezien. De gesprekleider moet er wel op letten dat de inbreng van de deelnemers niet ondersneeuwt. Deze fase kan korter of langer duren afhankelijk van de aard van de groep.

 

Fase 4) Spreken over wat de film teweeg brengt

Er komen steeds meer beelden en belevingen naar boven. Van daaruit ga je na verloop van tijd betekenispatronen zien, en kom je langzaam aan interpretaties toe. Die zijn niet voorbereid of vooraf te programmeren. Met een gevoelige antenne voor relevante signalen kom je al heer ver.
Ook in deze fase zijn die twee sporen en de verbindende wissels weer belangrijk. Er is een interpretatie die zich concentreert op de beelden, en één die zich richt op de persoonlijke beleving. Uiteraard lopen ze in elkaar over. De filmbeelden kleuren de beleving en de beleving de beelden. Meestal komt het accent gaandeweg op één van de twee te liggen. In het ene geval staat de vraag centraal: “Waar gaat deze film nu eigenlijk over?” In het andere geval: “Wat heeft deze film bij ons teweeg gebracht?”

 

Fase 5) Uitkomst van het filmgesprek staat niet vast

De uitkomst van een filmgesprek staat niet tevoren vast.  Het filmgesprek kan mislukken doordat het alleen maar over de film gaat en jijzelf buiten schot blijft. Of doordat de film slechts een aanleiding is om het alleen maar over jezelf te hebben. Je moet er ook voor oppassen dat je geen blokkades opwerpt door de deskundige uit te hangen. Of doordat je heel dwingend een bepaalde interpretatie als de ‘enige juiste’ inbrengt.

 

Benieuwd geworden? Je kunt er zelf een filmgesprek organiseren of een gespreksleider boeken.